7 december 2024, een dag die ik nooit zal vergeten. Een zwarte bladzijde in mijn leven.
Ik was na Bulgarije afgereisd op 12 oktober 2024 met het heuglijke nieuws: "Jij bent vader geworden." Terugrekenend met de daarvoor gemaakte afspraken en mijn eigen berekeningen zou dat best wel eens kunnen kloppen. Dus hup, het vliegtuig in om te kijken: is het echt van mij? Wellicht zou een DNA-test mogelijk zijn.
Daar aangekomen was er al niet echt een welkomstcomité of dankbaarheid dat jij alles achter je laat om te kijken hoe je kunt helpen. In plaats daarvan kreeg ik de vraag wat ik daar kwam doen. De baby was te vroeg geboren en vanwege het griepseizoen mocht je in Bulgarije niet zomaar het ziekenhuis in.
Toch werd er vervoer geregeld. Een zogenaamde goede vriend zou mij ophalen voor ongeveer 200 leva, zo'n 100 euro. Ik had nog nooit van die man gehoord. Hij was 40-plus, had overgewicht en leek op een vrachtwagenchauffeur uit het Oostblok. Ik zag hierin niet iemand waarvan ik zou denken dat zij daarmee vreemd zou gaan: kaal, een dikke kop, gouden oorbellen en een hygiëne die niet was zoals ik gewend ben.
Tijdens de rit van drie uur naar mijn bestemming ontdekte ik al snel dat de man getrouwd was, huwelijksproblemen had, kinderen had en chauffeur wilde worden. Normaal woonde hij in Engeland, maar nu verbleef hij bij zijn moeder. Hij vertelde ook dat hij achttien jaar geleden vrouwenronselaar (pooier) was geweest, maar dat hij zijn leven inmiddels had verbeterd.
Toch klopte er iets niet. Zij zei steeds dat het een goede vriend was en als verweer gaf ze aan dat hij te oud, te dik, getrouwd en lelijk was. Na de zoveelste rode vlag, het gevoel dat ik als pinautomaat werd gebruikt en de zoveelste leugen, hakte ik de knoop door. Ik ga terug naar Nederland; ik ben er klaar mee.
Zij was aan het feesten bij deze man. De baby was mee en haar twee andere kinderen waren ergens anders ondergebracht. Die ochtend hadden wij nog woorden gehad over deze beste man. Ze had ruzie met hem en sprak hem zogenaamd niet meer.
Die avond vertelde haar broertje, bij wie ik verbleef, dat ze daar weer was. Daarop ben ik poolshoogte gaan nemen. Het huis stond op een kruispunt, omringd door trottoir en openbare weg. Ik liep langs de poort over het trottoir en hoorde haar binnen al lachen, gieren en brullen. Ik belde haar via WhatsApp en stuurde een bericht, waarna ik vrijwel direct werd geblokkeerd.
Ik ging terug naar haar broertje met de vraag of hij met mij mee wilde, want de baby, die te vroeg geboren was, zat daar ook binnen. Roken is daar nog normaal, zelfs in het ziekenhuis. Daarnaast wist ik dat er drugs en alcohol in het spel waren. Mijn doel was om de baby, waarvan ik toen nog geloofde dat die van mij was, daar weg te halen.
Hij wilde niet mee, dus ging ik alleen terug. Wederom bleef ik buiten, op openbaar terrein. Vanaf het trottoir kon je langs een stenen muur lopen. Ik heb nog nooit een voet op dat terrein gezet of de woning betreden. Ik ben te allen tijde op openbaar terrein gebleven.
Na een poging om met mijn telefoon boven de muur uit te kijken om een goed beeld van de situatie te krijgen, kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik maar voor één ding werd gebruikt en dat het kind waarschijnlijk niet eens van mij was. Ik dacht: ik ben er klaar mee, laten we gaan. Ik belde een goede vriend met de mededeling dat ik naar huis wilde.
Al bellend, zo'n 40 à 50 meter verderop, wilde ik rustig een sigaret opsteken. Het was vrij donker en ik zag een bankje waar ik even wilde gaan zitten.
Maar toen...
Toen kreeg ik twee harde klappen op mijn achterhoofd.
Mijn eerste gedachte was: welke volslagen idioot slaat mij nu met een knuppel op mijn hoofd?
Ik stopte direct mijn telefoon in mijn zak, draaide mij om en keek mijn belager recht in de ogen. Het bleek de zogenaamde goede vriend van haar te zijn. Ik nam onmiddellijk een verdedigende houding aan. In een ver verleden heb ik op judo gezeten en later op kickboksen. Met mijn linkerarm beschermde ik mijn gezicht en met mijn rechterhand wilde ik een stoot uitdelen.
Op precies hetzelfde moment zag ik iets glimmen en een flits. Ik keek verbaasd naar mijn rechterarm en constateerde dat mijn hand weg was. Ik keek naar de mouw van mijn jas en dacht: waar is mijn hand gebleven?
Toen realiseerde ik mij dat mijn hand was afgehakt en dat de vermeende knuppel in werkelijkheid een machete van ongeveer een meter lang was.
Ik verdedigde mij vervolgens met een paar goed geplaatste front kicks. Volgens mij ging mijn belager daardoor naar de grond. In ieder geval stond zij daarachter te gillen en zag ik mijn belager niet meer. Vol adrenaline en met de gedachte dat ik daar zo snel mogelijk weg moest, zette ik het op een rennen.
Na ongeveer 500 tot 800 meter hoorde ik stemmen. Ik ben tegen een muurtje gaan zitten en begon om hulp te schreeuwen. Die hulp kwam snel. Om een lang verhaal kort te maken: even later kwam ik, nog steeds bij bewustzijn maar inmiddels meer dan een liter bloed verloren, in een Bulgaars ziekenhuis terecht.
Bij binnenkomst vroeg een agent wie dit had gedaan. Ik noemde direct een naam en zei dat mijn mobiele telefoon in de binnenzak van mijn jas zat. Er zat geen wachtwoord op. Ik vroeg hem via mijn Facebook-account naar die persoon te zoeken.
Na drie dagen in het ziekenhuis van Veliko Tarnovo te hebben gelegen, ongeveer 40 tot 45 minuten van de plaats delict in Polski Trambesh, hadden de artsen de bloedingen gestopt en de bloedcirculatie voorlopig omgeleid.
Er kwam tot twee keer toe een groep mensen langs, waaronder een tolk, politie, een rechter en – voor zover ik begreep – getuigen. Ik heb mijn verhaal gedaan en gevraagd om mijn mobiele telefoon terug te krijgen. Die hadden zij echter nog nodig als bewijsmateriaal.
In Sofia ben ik verder behandeld.
Drie weken lang heb ik alleen maar naar het plafond liggen kijken. Door naar buiten te kijken wanneer het licht en donker werd, had ik enigszins een besef van tijd.
In Sofia hebben ze mijn hand opnieuw geopereerd en hersteld. Na verloop van tijd kwam er een Canadese handtherapeut bij wie ik mijn verhaal kon doen. Zij vertelde dat ze een vriendin had die al 35 jaar in Sofia woonde. Deze vrouw was onderneemster en kwam oorspronkelijk uit Nederland. Ze vroeg of het goed was om haar vriendin te bellen via video. Daar is het uiteindelijk niet van gekomen, want diezelfde avond kwamen ze samen met een van haar dochters bij mij op bezoek.
Dankzij deze Nederlandse onderneemster kreeg ik weer een mobiele telefoon, een smartphone met internet, waardoor ik opnieuw contact kon leggen met mijn familie.
De Canadese handtherapeut vroeg mij nog of de Nederlandse ambassade niets voor mij had gedaan en geen telefoon had geregeld. Ik zei: “Ik ben Nederlander, geen Amerikaans staatsburger.” Voor Canada geldt blijkbaar hetzelfde als voor ons Nederlanders: als je in het buitenland in de problemen komt, verwacht je hulp van je eigen land.
Na vier à vijf weken kon ik terugkeren naar Nederland. In Sofia ben ik ongeveer vijf keer geopereerd. Ik was 20 kilo afgevallen. Mijn zusje en een nicht hebben mij uiteindelijk uit Bulgarije opgehaald. Mijn zusje schrok enorm van de omstandigheden waarin ik lag. Het stonk in het ziekenhuis en er werd op de gang gerookt.
Ik was bovendien al lange tijd niet gewassen. Alleen voor de operaties werd ik gewassen met een desinfecterend middel, vermoedelijk met een hoog alcoholpercentage van 70 tot 80 procent. Alles werd ermee gewassen, ook de intieme delen. Ik kan je vertellen: dat was bepaald geen pretje.
Terug in Nederland werd ik via Düsseldorf opgehaald door mijn oom en tante. Eerst moest ik langs de huisarts. Mijn eigen huisarts was op vakantie, dus ik werd gezien door een waarnemend huisarts.
Het was vrijdag rond vier uur toen wij in Winschoten aankwamen. Na een kort onderzoek belde deze huisarts alle mogelijke instanties om een zorgplek voor mij te vinden. Helaas dachten de partijen die hierover gingen blijkbaar: het is vijf uur, het weekend begint, klaar.
Ik kon niet terug naar mijn veilige thuis, omdat mijn vader dementerend was en sterk achteruit was gegaan. Daarom heb ik een week bij mijn nicht en aangetrouwde neef verbleven, waarbij mijn zusje de zorg voor mij op zich nam.
Na een week kon ik terecht in Old Wolde in Winschoten, een zorgplek met 24-uurszorg. Ik kon helemaal niets meer zelfstandig. Mijn rechterhand miste ik volledig en ook mijn linkerhand was zwaar gehavend.
Na vier à vijf maanden had ik geen 24-uurszorg meer nodig en moest ik op zoek naar een andere woonplek. Ik heb urgentie aangevraagd, maar werd overal afgewezen. Bij Acantus voldeed ik aan alle gestelde voorwaarden. Ik heb maatschappelijk werk gevraagd om bezwaar in te dienen. Steeds kreeg ik te horen: “Even afwachten.”
Er liep ook een aanvraag voor beschermd wonen.
Waarop ik zei: “Afwachten heb ik mijn hele leven al gedaan. Daar kom je nergens mee.”
Uiteindelijk waren er dertig dagen verstreken en was bezwaar maken niet meer mogelijk. Ik kwam terecht in beschermd en begeleid kamerwonen. Het voordeel hiervan was dat ik geholpen zou worden met huishoudelijke en dagelijkse zaken. Hier kon ik rustig aan mezelf werken en langzaam terugkeren in de maatschappij. Daarnaast zou ik een volledige uitkering krijgen.
Ik vroeg nog: “Weet u dat zeker?”
Waarop ik volmondig “ja” te horen kreeg.
Nou, die eerste locatie ging niet door. Uiteindelijk werd er een plek gevonden in Veendam bij De Bruggen. Na een goed gesprek en een intake, waarin mij van alles werd beloofd, ben ik daar uiteindelijk terechtgekomen.
Mooie beloftes en mooie woorden hadden mij naar binnen gelokt.
Nadat de overeenkomst was getekend, kon ik een paar maanden later terecht. Ik vergeet nooit de eerste keer dat ik daar kwam en een van de bewoners vroeg:
“Ben jij de nieuwe begeleider?”
Waarop ik zei:
“Nee, ik kom hier ook wonen.”
De eerste nacht al kwam de nachtwaker rond middernacht op mijn deur kloppen omdat mijn televisie te hard zou staan. Ik schrok daar behoorlijk van, aangezien er naast mij niemand verbleef en aan de andere kant van mijn kamer de douche zat. De gang was praktisch leeg, dus niemand had er last van.
Alleen als je met je oor tegen de deur luisterde, kon je horen dat de televisie aanstond.
Ik dacht: waar ben ik beland?
Sinds ik hier terecht ben gekomen, heb ik geen dag rust gehad.
Ik heb dingen gezien die totaal onmenselijk en inhumaan zijn. Worden mensen hier nog geholpen? In zekere zin wel. Maar voor anderen lijkt het soms alsof het alleen maar verder de afgrond in gaat.
Na verloop van tijd moest ik opnieuw geopereerd worden aan mijn linkerhand. Het overtollige littekenweefsel werd verwijderd. De operatie was succesvol.
Op maandag, na het weekend, mocht ik het ziekenhuis verlaten.
Op donderdag kwamen ze bij mij met de mededeling dat ik op het rooster stond om voor de groep te koken.
Ik zei: “Jullie weten al weken dat ik geopereerd zou worden. Ik heb een open wond van ruim dertien à veertien centimeter. Het lijkt me niet verstandig om nu te koken. Ik heb bovendien maar één hand.”
“Het komt goed, wij helpen jou wel.”
Na vijf keer aandringen heb ik deze taak uiteindelijk toch op mij genomen. Ik heb nog aangegeven: als iemand als bewoner onder invloed is, kunnen jullie wel een andere kok regelen. Maar als iemand iets medisch mankeert, kan dat ineens niet.
Ik hoefde in principe niets te doen, alleen instructies te geven aan de begeleiders.
De eindstand was echter dat ik alleen in de keuken stond.
Later kreeg ik van een begeleidster smeerwortel. Een natuurproduct dat goed zou zijn voor littekens. Ik dacht dat het ook voor wonden gebruikt kon worden. Degene die het opsmeerde zei zelf al:
“Wat stinkt dat.”
Waarop ik antwoordde: “Waarom heb ik dit gekregen?”
“Ach, het is puur natuur, dat kan geen kwaad.”
Niet veel later kreeg ik een zware infectie. Met als gevolg dat mijn pees knapte.
Een behoorlijke terugval.
Ik dacht enigszins geluk te hebben dat dit mij in een Europees land was overkomen. Ik ben geboren en getogen Nederlander. Ik ben ook Europeaan. En ik dacht: wij wonen toch in Europa?
Ik zocht hulp, eerst bij maatschappelijk werk in Veendam. Na een uur lang emotioneel mijn verhaal te hebben gedaan, kreeg ik te horen:
“Ach jongen, ik zou je zo graag willen helpen, maar ik mag jou niet helpen.”
Ik zei: “Hoezo? U bent maatschappelijk werk. U bent er toch voor mensen zoals ik, die volledig in de put zitten?”
Waarop zij zei:
“Jij verblijft bij De Bruggen en de gemeente Veendam betaalt heel veel geld aan deze organisatie. Daardoor heb ik geen budget meer om jou te helpen. Dit moet jouw persoonlijke begeleider doen.”
Maar mijn persoonlijke begeleider had niet dezelfde ingangen als maatschappelijk werk.
Een zware teleurstelling. Want wie zou mij nu helpen? Als maatschappelijk werk mij niet kan helpen, wie dan wel?
Maatschappelijk werk gaf aan dat De Bruggen hiervan ook op de hoogte had moeten zijn. Bij terugkomst heb ik de trajectcoördinatoren en medewerkers hierover gevraagd, maar niemand wist ervan.
Ze hadden mij deze teleurstelling kunnen besparen.
Gelukkig werkte er wel een zzp’er die echt dichtbij de bewoners stond en veel ervaring had. Hij had ervaring in de crisisopvang en in gesloten instellingen. Daarnaast beschikte hij over veel mensenkennis en kon hij goed met mensen omgaan. Hij had duidelijk affiniteit met de doelgroep en de bewoners.
Als hij ’s ochtends aan het werk was, klopte hij op mijn deur:
“Marko, ben je wakker?”
Waarop ik zei: “Ja.”
Vervolgens vroeg hij:
“Kom je zo beneden? Dan gaan we samen bellen.”
Wellicht omdat ik zelf ook ondernemer en zzp’er ben geweest, wist hij mij in de actiemodus te krijgen.
Hij heeft niet alles zelf voor mij gebeld, en dat was ook niet nodig. Hij zocht dingen voor mij uit en ik belde er vervolgens achteraan.
Uiteindelijk heb ik meer dan dertig, misschien wel vijftig instanties gebeld, waaronder Knoops in Amsterdam. Overal kreeg ik hetzelfde antwoord.
“Bent u slachtoffer of dader?”
Waarop ik zei:
“Helaas ben ik slachtoffer van een geweldsmisdrijf.”
Steeds kreeg ik hetzelfde antwoord:
“Onze excuses, maar wij staan alleen daders bij en geen slachtoffers.”
Deze zzp’er motiveerde mij altijd om de hoop niet op te geven. Het mooie was dat iedereen met hem door één deur kon.
Helaas werd hij niet in zijn kracht gezet. Ondanks zijn ervaring in de crisisopvang en zijn goede omgang met mensen, werd hij hier neergezet als uitzendkracht.
Ik zei altijd: “Hoe je het ook wendt of keert, een zzp’er kan nooit een uitzendkracht zijn.”
“Nee, zo noemen wij dat.”
Maar ook dan is het nog steeds geen uitzendkracht, maar een zzp’er.
Op een gegeven moment kreeg ik een dagvaarding en werd ik opgeroepen om als getuige en slachtoffer mijn verhaal te doen in de rechtbank.
De post was verkeerd geadresseerd en kwam via PostNL bij de buren terecht. De buurvrouw had deze stukken opgehaald en had in eerste instantie niet door dat ze voor mij bestemd waren. Uiteindelijk gaf zij de stukken aan mijn moeder.
Dit was op een maandag. Toevallig was er op dat moment een aannemer bij mijn moeder aan het werk om een isolatierapport op te maken. Deze man woonde vlak bij Veendam. Mijn moeder vroeg hem of hij de brief bij De Bruggen wilde afgeven.
Hij antwoordde:
“De Bruggen, dat ken ik wel. Dat draait alleen maar om geld, mevrouw.”
De documenten waren op 17 april afgestempeld, maar ik kreeg ze pas op 4 mei in handen.
Ik heb overlegd met Slachtofferhulp. Zij adviseerden mij om te kijken of mijn advocaat in Bulgarije mij eerst kon vertegenwoordigen en eventueel via video kon inbellen.
Na veel wikken en wegen, omdat het te kort dag was om nog naar Bulgarije te reizen, besloot ik dit te overwegen. Ik kon echter niet zelfstandig reizen. Ik vroeg mij af: wat als ik daar alleen ben en een zware PTSS-aanval of paniekaanval krijg? Of wat als de dader lucht krijgt van het feit dat ik weer alleen in Bulgarije ben en bekenden regelt om het af te maken?
Na overleg met mijn advocaat besloot ik dat hij mij zou vertegenwoordigen.
De eerste zaak was een soort pro-formazitting en hierbij hoefde ik niet aanwezig te zijn. Ik dacht: een mooie test om te kijken hoe goed deze advocaat mijn belangen behartigt.
Ik had namelijk niet veel vertrouwen in het Bulgaarse rechtssysteem.
Slachtofferhulp belde mij nog een paar dagen voor de zitting. Zij hadden inmiddels ook de stukken ontvangen, een kopie van de brieven die ik had gekregen.
Ik kreeg de vraag of ik niet naar de zitting wilde komen, voor mijn traumaverwerking.
Ik zei: “Waar dan? We hadden toch besproken dat mijn advocaat mijn belangen zou behartigen?”
Waarop zij zei:
“Ja, ik had niet door dat het een oproep was als getuige. Dit verandert de zaak.”
Ik zei: “Helaas is het nu te laat om nog naar Bulgarije te reizen.”
Op maandag, een dag voor de zitting, stuurde mijn advocaat mij een bericht. Hij wilde uitstel aanvragen. Dit had ik hem eerder ook verzocht, omdat de post verkeerd bezorgd was en veel te laat bij mij was aangekomen.
Waarop hij eerder had gezegd:
“Er was voor getekend.”
Ik zei: “Niet door mij. Door mijn buurvrouw.”
Er was getekend dat de post was afgehaald bij een PostNL-punt. Mijn advocaat wilde de buurvrouw de schuld geven.
Ik zei meteen:
“Ho even. De post is in Bulgarije al verkeerd geadresseerd. Daarnaast heeft het bijna drieënhalve week geduurd voordat de post hier bij mij terechtkwam. In Nederland worden dit soort stukken aangetekend verstuurd en moet je ze persoonlijk ophalen met legitimatie. De fout lag dus in Bulgarije.”
Ik vroeg waarom hij nu ineens uitstel wilde aanvragen.
Het antwoord was: “De post was te laat en verkeerd bezorgd.”
Prima, dacht ik. Volgens mij hadden wij besproken dat hij mij zou vertegenwoordigen.
Daarna kwam er nog een civiele zaak, zei hij. Voor de schadevergoeding was het wel van belang dat ik zelf aanwezig was. Daar zou ik mij dus op moeten focussen.
Even later kreeg ik een appje:
“The case is postponed to another date.”
Oké, dacht ik. Dan gaat het dus niet door.
Een dag later was ik bezig om uit te zoeken of er instanties waren waar ik financiële hulp kon krijgen. Ik was bezig met een aanvraag voor bijzondere bijstand.
Ineens ging mijn telefoon.
Een bericht van mijn advocaat uit Bulgarije.
Ik keek en tot mijn verbazing zag ik:
“The first hearing has taken place. Check your email, there is a verdict.”
Toen zakte ik echt door de grond.
Het heeft daarna heel lang geduurd voordat ik mezelf weer bij elkaar had geraapt.
Naast dat er ineens een schadevergoeding was berekend, was ook de strafeis bekend. De dader had alles bekend en zijn schuld erkend. Hij gaf aan alleen te hebben gehandeld. Hierdoor was de eis slechts vijf jaar.
Onvoorstelbaar.
Ik zei tegen mijn advocaat:
“Hij heeft geprobeerd mijn hart te raken. Hij heeft mij echt geprobeerd te vermoorden. Ik ben voor de rest van mijn leven verminkt en gehandicapt. Ik mis mijn complete rechterhand en mijn linkerhand is zwaar gehavend.”
Dit voelde voor mij als totaal onrechtvaardig.
En laten we vooral niet beginnen over de schadevergoeding.
Eigenlijk verwachtte ik helemaal niets, zodat ik niet teleurgesteld kon worden. Ik gaf aan dat ik een calculatie en berekening wilde zien waarop het bedrag was gebaseerd.
Waarop ik te horen kreeg:
“Dit bedrag is voor Bulgarije al hoog. Er is gekeken naar vergelijkbare zaken.”
Waarop ik zei:
“Ik leef in Nederland, niet in Bulgarije. Daar moet rekening mee worden gehouden.”
Ik was 37 jaar oud toen dit gebeurde. Ik had nog ongeveer 25 goede werkzame jaren voor mij als zzp’er. In een goed jaar verdiende ik met mijn bedrijf bijna €100.000.
Dat bedrag maal 25 jaar is 2,5 miljoen euro aan mogelijk gemiste inkomsten.
Ik verwacht niet dat ik dit bedrag krijg. Ik wil alleen aangeven dat mijn verdienpotentieel volledig is weggevallen.
Ik werkte als elektricien. Ik had mij kunnen laten omscholen en in deze sector is de komende jaren nog voldoende werk. Daarnaast waren er mogelijkheden om uit te breiden en wellicht in de toekomst personeel aan te nemen.
Daarbij komt de psychische schade en het zware lichamelijke letsel.
Ik heb gekozen voor hoger beroep en ben opnieuw op zoek gegaan naar een partij die mij juridisch kon bijstaan.
Ik dacht: het Europees Hof staat in Den Haag. Er is Europees strafrecht. Dus er moet toch ook wel iemand gespecialiseerd zijn in het bijstaan van slachtoffers van geweldsmisdrijven binnen Europa?
Uiteindelijk vond ik een website waarop het leek alsof zij mij konden helpen. Een collectief van meerdere advocatenkantoren bij elkaar.
Na telefonisch contact kreeg ik een e-mail van een advocaat. Zij staan uitsluitend slachtoffers bij.
Ik reageerde:
“Perfect, ik ben slachtoffer van een geweldsmisdrijf.”
Echter, het voorval had niet in Nederland plaatsgevonden, maar in Bulgarije.
Ik kreeg vrijwel direct een e-mail terug:
“Wij hebben alleen kennis van het Nederlandse strafrecht en niet van het Bulgaarse recht.”
Ik vroeg:
“U weet vast wel waar ik dan wel terechtkan. Een partij die mij juridisch advies kan geven en juridisch onderlegd is.”
Het advies was om het Juridisch Loket te bellen.
Alsof ik die nog niet had gebeld.
Hoe kan het dat wij één Europa zijn?
Het lijkt erop dat Europa vooral voordelen biedt voor overheden en bedrijven. Maar als Europese burger lijken we soms nergens recht op te hebben.
Europa bestaat blijkbaar nog steeds uit individuele eilandjes, ieder met zijn eigen wetten en regels.
Er is een Europese overkoepelende wetgeving. Er is Europees strafrecht. Maar blijkbaar is dit niet zomaar van toepassing op burgers die slachtoffer worden van een geweldsmisdrijf in een ander Europees land.
Ik had ergens verwacht dat Nederland druk zou uitoefenen op Bulgarije. Bulgarije is immers behoorlijk afhankelijk van toerisme. Als bekend zou worden wat er met mij is gebeurd in Bulgarije, zou dat mogelijk geen goede reclame zijn voor de toeristische sector.
Maar niets is minder waar.
Zelfs de media lijken geen aandacht te willen besteden aan mijn verhaal.
Ik heb vaak het gevoel dat de politiek niet voor de burger werkt, maar vooral bezig is met zichzelf en het uitrollen van andere plannen.
De politiek zou de burgers moeten dienen. Wij zouden niet de politiek moeten dienen.
Als burger tel je mee zolang je gezond bent en binnen het plaatje past: werken, een gezin onderhouden, belasting betalen en meedraaien in de maatschappij.
Maar val je door omstandigheden buiten dit plaatje, dan is er blijkbaar weinig hulp voor je.
Fiscaal en financieel ben je dan niet meer interessant.
Vanaf je geboorte krijg je een BSN-nummer. Er wordt vanuit gegaan dat je na je studie een baan vindt, belasting betaalt en bijdraagt aan de samenleving.
Maar als je plotseling door een geweldsmisdrijf, een ongeval of ernstige ziekte niet meer mee kunt draaien in deze maatschappij, lijkt het soms alsof ergens iemand achter een bureau jouw dossier bekijkt en berekent of je qua leeftijd, gezondheid en levensvatbaarheid nog economisch interessant bent.
Is het antwoord nee, dan heb je als mens een groot probleem in Nederland.
Er wordt dan niet vanuit een menselijk oogpunt gekeken, maar vanuit een economisch oogpunt.
Morgen vindt het hoger beroep plaats. Opnieuw heb ik uitstel aangevraagd, omdat ik momenteel niet kan reizen. Op 4 september ben ik opnieuw geopereerd. Mijn pees is hersteld, maar ik mag mijn hand nauwelijks belasten.
Op dit moment verblijf ik in een verpleeghuis.
Mijn vraag is daarom:
Waar kan ik terecht? Wie kan mij juridisch bijstaan?
Ik heb totaal geen vertrouwen meer in het Bulgaarse rechtssysteem.
Daarnaast heb ik een onderbuikgevoel dat mijn advocaat nauwe banden heeft met de tegenpartij. In ieder geval heb ik niet het gevoel dat hij mijn belangen tot het uiterste verdedigt.
In Bulgarije moet je een advocaat vooraf betalen. Het bedrag ligt tussen de €2.000 en €3.000.
Dit bedrag zou je vervolgens kunnen terugvorderen in een civiele rechtszaak.
Maar in Nederland zijn er ook geen instanties die bereid zijn hierin bij te dragen. Bijzondere bijstand wil hier niet aan meewerken.
De volledige uitkering die mij volgens maatschappelijk werk zou worden toegekend, blijkt uiteindelijk beperkt te zijn tot zak- en kleedgeld van €475 per maand.
Daar kom je niet ver mee.
Voordat ik naar Bulgarije vertrok, was ik bezig met allerlei werkzaamheden die ik kon aanpakken, van grondwerk tot straatwerk. Ik ben zelfs een tijd in loondienst gaan werken in twee ploegen.
In 2022 ben ik van de snelweg gereden. Dat was een goed jaar voor de zonnepanelenbranche. Ook toen heb ik een jaar lang geen inkomen gehad. Uiteindelijk heb ik een schadevergoeding ontvangen.
Maar ondertussen bouw je schulden op en wanneer je terugkomt, moet je opnieuw de markt op.
De zonnepanelenmarkt is de afgelopen jaren bovendien flink veranderd door overheidsbeleid en onduidelijkheid rondom subsidies, salderen en terugleververgoedingen.
Er zijn windmolenparken en enorme zonnevelden aangelegd, waarvan veel projecten mede gefinancierd zijn door buitenlandse investeerders, waaronder Chinese investeerders.
Vaak wordt er zoveel energie opgewekt dat deze niet eens op het bestaande elektriciteitsnet kan worden aangesloten.
Het netwerk moet al jaren worden vervangen en verzwaard.
Als ze nu toch kabels vervangen, leg dan meteen dikkere kabels aan met het oog op de toekomst. Helaas gebeurt dat niet altijd.
Wanneer er te veel capaciteit op het netwerk is, kan het voorkomen dat een stringomvormer thuis wordt uitgeschakeld en er tijdelijk geen rendement uit zonnepanelen wordt gehaald.
Dus nee, de afgelopen tijd was bepaald niet makkelijk.
Alle financiële buffers waren op.
En ik heb er niet voor gekozen om in het buitenland aangevallen te worden en bijna vermoord te worden.
Toch geloof ik oprecht dat God hier een bedoeling mee heeft.
Ik zie het niet als een straf. Ik zie het als een beproeving die op mijn pad is gekomen.
En zodra ik ontdek wat mijn bestemming is, geloof ik dat ik ook de kracht in mezelf zal ontdekken die er altijd al heeft gezeten, maar die nu pas naar boven komt.
Het is absoluut niet makkelijk en het is een enorm zware beproeving.
Daarom vraag ik ook aan mijn netwerk:
Willen jullie alsjeblieft met mij meedenken en kijken wie of welke partij mij wél kan helpen?
Want ik geloof nog steeds in de kracht van netwerken en de goed hijd van de mens
Wie weet bevindt er zich iemand die de juiste persoon, organisatie of advocaat kent die mij verder kan helpen.