Elke ochtend stonden wij Joep (9) en Pim (7) voor het grote raam van hun slaapkamer. Terwijl de buurtkinderen in de zomervakantie met koffers sleepten en in volgepakte auto's stapten, bleef onze straat stil. achter . Wij waren nog nooit de grens over geweest. We wisten niet hoe de zee rook, of hoe het voelde om in een hotel te slapen. Onze grote droom hing aan de muur boven hun stapelbed: een vergeelde poster van het kasteel van Disneyland Parijs, ooit gevonden bij het oud papier. Mijn broertje kende alle figuren uit zijn hoofd. Ik spaarde elke munt die ik vond in een oude jampot. ''Voor het kasteel,'' fluisterde ik dan 's avonds tegen zijn broertje. Beneden aan de keukentafel hoorden we soms het zachte gefluister van hun ouders. Onze vader werkte dubbele diensten in de fabriek, en onze moeder zocht tot diep in de nacht naar aanbiedingen. De realiteit was hard: na de huur, de boodschappen en de energierekening bleef er aan het einde van de maand steevast niets over. Disney was geen vakantiebestemming; het was een onbereikbare planeet. Op een warme dinsdagavond barstte de bom zachtjes. Pim had een tekening gemaakt van hen vieren, hand in hand met Mickey Mouse. Toen hij die trots aan zijn moeder liet zien, zag ik de tranen in haar ogen springen. Ze liep snel naar de keuken, maar haar schouders schokten. Hun vader legde een zware hand op de schouder van Pim. ''Jongens,'' zei hij met een schorre stem, ''Ik wilde dat ik jullie de wereld kon geven. Maar Parijs... het lukt gewoon niet. Het spijt me zo.''
Ondanks alles wensen wij iedereen een hele fijne vakantie.Groet: Joep en Pim.