Ik was altijd een vrolijke vrouw. Iemand met een routine, met structuur, met een hart dat graag gaf. Mijn dagen waren gevuld met werk, met fijne collega’s, met zorg voor mijn ouders. Ik hielp hen niet alleen met boodschappen, maar ook financieel, omdat ik wist dat ze op mij rekenden. Ik droeg veel, maar ik deed het met liefde.
Mijn droom was om mama te worden. En toen ik zwanger werd, voelde het alsof alles op zijn plaats viel. Ondanks de druk bleef ik doorgaan, zoals altijd. Sterk. Standvastig.
Tot die ene dag.
Wat begon met bloedingen, eindigde in een nachtmerrie. Een ziekenhuis dat eerst tijdelijk leek, werd mijn wereld voor meer dan drie maanden. Lange nachten, eindeloze dagen. Alles wat ik kende viel stil. Mijn werk, mijn routine, mijn rol als steun voor mijn ouders… alles verdween plots naar de achtergrond.
En toen ik eindelijk naar huis mocht, was niets meer hetzelfde.
Ik kwam niet terug naar mijn oude leven, maar naar een nieuwe realiteit. Met zorgen. Met rekeningen. Met verantwoordelijkheden die alleen maar zwaarder waren geworden. En met een kindje dat mijn liefde nodig heeft, maar ook extra zorg vraagt.
Soms voelt het alsof ik mezelf onderweg ben kwijtgeraakt. Alsof de vrolijke vrouw die ik was ergens is blijven hangen in het verleden.
Maar diep vanbinnen weet ik… ik ben er nog.
Misschien niet meer zoals vroeger. Misschien moe, misschien gebroken op sommige dagen. Maar ook sterker dan ik ooit had gedacht. Want ondanks alles sta ik hier nog. Ik draag nog steeds. Ik zorg nog steeds. Ik hou nog steeds lief.
En misschien… is dat ook een vorm van kracht.